Inkomstenbelasting

De zelfstandigenaftrek, die nu nog € 7.280 bedraagt, gaat vanaf 2020 in stappen van € 250 in acht jaar en een laatste stap van € 280 omlaag naar € 5000 in 2028.

Het tweeschijvenstelsel wordt versneld ingevoerd met in 2020 een basistarief van 37,35% en een toptarief van 49,5%. Het toptarief is van toepassing op het inkomen van boven circa € 69.000. AOW-gerechtigden betalen over een deel van de eerste schijf een lager tarief (geen AOW-premie).

De algemene heffingskorting wordt vanaf 2020 extra verhoogd. Vanwege de afbouw naarmate het inkomen hoger wordt, profiteren met name de lagere inkomens hiervan. De arbeidskorting wordt in drie stapjes ook verhoogd, maar ook die regeling kent een afbouw naarmate het inkomen hoger wordt.

Er wordt vastgehouden aan het afbouwtraject van het maximale aftrektarief voor aangewezen grondslagverminderende posten. In 2020 geldt een tarief van 46%. Dit daalt de komende jaren verder, tot maximaal het tarief van de eerste schijf in 2023. Voor de volgende grondslagverminderende posten gaat het afbouwtraject gelden: de ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en stakingsaftrek); de mkb-winstvrijstelling; de terbeschikkingsstellingsvrijstelling; de persoonsgebonden aftrek (uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, uitgaven voor specifieke zorgkosten, weekenduitgaven voor gehandicapten, scholingsuitgaven, aftrekbare giften, het restant van persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren en de verliezen op beleggingen in durfkapitaal).

Het tarief in box 2 voor DGA's in 2020 en 2021 stijgt naar respectievelijk 26,25% en 26,9%.

 

Loonbelasting

WKR: Over de fiscale loonsom tot en met € 400.000 bedraagt de vrije ruimte 1,7% van de loonsom. Over het restant van de loonsom 1,2%.

WKR: Er komt een gerichte vrijstelling voor het vergoeden van de kosten voor een VOG.

WKR: De aangifte van de verschuldigde eindheffing vanwege het overschrijden van de vrije ruimte kan in het vervolg met de aangifte over het tweede aangiftetijdvak worden gedaan.

WKR: Waarde van producten uit het eigen bedrijf wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer.

De vrijwilligersvergoeding wordt vanaf 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd.

 

Vennootschapsbelasting

De in de wet bedrijfsleven 2019 voorgestelde verlaging van het hoge Vpb-tarief gaat niet door. Voorgesteld wordt om het hoge tarief tarief van de Vpb in de structurele situatie ten opzichte van de Wet bedrijfsleven 2019 met 1,2%-punt minder te verlagen. Hierdoor blijft het hoge tarief van de Vpb 25% in 2020 en zal per 1 januari 2021 worden verlaagd naar 21,7%. De geplande verlaging van het lage tarief van de Vpb wordt niet aangepast en komt met ingang van 1 januari 2021 uit op 15%. Het lage tarief voor 2020 wordt 16,5%.

Er wordt geen belastingrente in rekening gebracht als de aangifte vennootschapsbelasting wordt ingediend voor de eerste van de zesde maand na het tijdvak waarover de belasting wordt geheven (doorgaans 1 juni) en de belastingaanslag wordt vastgesteld overeenkomstig de ingediende aangifte.

Als een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting wordt ontvangen in het belastingjaar zelf, kan voor betaling worden gekozen uit betaling ineens of betaling in termijnen. Bij betaling ineens kon altijd een betalingskorting worden verkregen. Vanaf 2021 zal die mogelijkheid verdwijnen.

 

Omzetbelasting

Verlaagd btw-tarief voor elektronische uitgaven (bijvoorbeeld e-books).

 

Schenk- en erfbelasting

Er wordt geen belastingrente in rekening gebracht indien het verzoek om een voorlopige aanslag of de aangifte is ontvangen binnen de aangiftetermijn die in de betreffende situatie geldt indien de (voorlopige of definitieve) aanslag erfbelasting wordt vastgesteld overeenkomstig dat verzoek of die aangifte.

 

Overdrachtsbelasting

Het tarief in de overdrachtsbelasting voor niet-woningen wordt per 1 januari 2020 verhoogd van 6% naar 7%. Het tarief voor woningen blijft gehandhaafd op 2%.

 

Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven

In het wetsvoorstel Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven wordt voorgesteld om de fiscale aftrek voor scholingsuitgaven af te schaffen. In de plaats van deze aftrekpost komt een vervangende regeling: de subsidieregeling STAP-budget (leer- en ontwikkelingsbudget voor de stimulans van de arbeidsmarktpositie) voor natuurlijke personen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt. De conceptregeling zal op korte termijn door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de Kamer worden gestuurd. Het doel van dit voorstel is een effectievere en doelmatigere inzet van budgettaire middelen voor (na)scholing. Deze regeling gaat naar verwachting in 2021 in.

 

Wet fiscale maatregelen klimaatakkoord

Mobiliteit:

De huidige korting op de bijtelling zal na 2020 voor nieuwe elektrische auto's van de zaak worden gecontinueerd. Dat betekent dat de korting op de bijtelling in stappen zal worden afgebouwd tot de uiteindelijke nul vanaf 1 januari 2026. Dan gaat voor nieuwe elektrische auto's van de zaak het algemene bijtellingspercentage van 22% gelden. De ''cap'' het deel van de cataloguswaarde waarop de korting van thans 18%-punt van toepassing is, wordt in 2020 verlaagd tot € 45.000 en in 2021 tot € 40.000 en daarna niet meer aangepast. Met ingang van 1 januari 2026 verliest de cap zijn belang omdat op dat moment ook de korting op de bijtelling zal zijn afgeschaft.

De cap geldt niet voor auto's met een motor die kan worden gevoed met waterstof. Voor die auto's is de korting op de bijtelling niet gemaximeerd. Deze uitzondering wordt uitgebreid tot de zonnecelauto's (de definitie hiervan wordt op dit moment onderzocht). 

De BPM moet eenmalig worden betaald bij de aanschaf of import van een personenauto. Voor emissieloze auto's wordt de BPM-vrijstelling verlengd tot en met 2024 en daarna geldt een BPM-bedrag van € 360. Het BPM-voordeel voor plug-in hybride auto's loopt tot eind 2020 en zal niet worden verlengd.

Ook in de motorrijtuigenbelasting wordt de vrijstelling voor emissieloze auto's verlengd tot en met 2024. Vanaf 2025 wordt voor deze categorie auto's 25% van het normale tarief betaald, en vanaf 2026 het volledige tarief.

Voor auto's met een CO2 uitstoot van 1-50g/km geldt het halve tarief. Dat voordeel wordt ook verlengd tot en met 2024, wordt in 2025 omgezet in een driekwarttarief en verdwijnt eveneens vanaf 2026. Voor deze auto's geldt een correctie op het gewicht vanwege de zware accu's. Ook deze correctie blijft tot en met 2025 bestaan.

Voor bestelauto's van ondernemers geldt een verlaagd tarief. Dit tarief zal geleidelijk oplopen met gemiddeld zo'n € 24 per jaar.